Tekst

Rechtsanwältin & advocaat dr. mr. Annika U. Schimansky

Bankgarantie en weigering betaling



Een abstracte bankgarantie verplicht tot betaling op afroep, ongeacht of de onderliggende rechtsverhouding waarvoor de garantie is verstrekt wel of niet tot betaling verplicht. Dit brengt mee dat verweren ontleend aan die rechtsverhouding in beginsel niet in de weg kunnen staan aan de vordering tot betaling uit hoofde van de bankgarantie.

De bank mag betaling van een bankgarantie wel weigeren indien sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van de begunstigde of degene in wiens opdracht de garantie is gesteld. Dat bedrog of die willekeur kan ook betrekking hebben op de onderliggende rechtsverhouding. Daarbij is niet vereist dat degene die de garantie afroept, op het moment van afroepen op de hoogte is van het bedrog of van de willekeur.

De zekerheidsfunctie van de bankgarantie in het handelsverkeer eist echter wel dat de bank haar beroep op bedrog of willekeur onverwijld meedeelt aan degene die de bankgarantie afroept. Zij dient daarbij de afroeper voldoende inzicht te geven in de gronden voor haar weigering om te betalen, en de opgegeven gronden moeten het beroep op bedrog of willekeur kunnen dragen. De mededeling dat de hoogte van de gestelde vorderingen apert onjuist zou zijn, zonder nadere onderbouwing, volstaat daarvoor niet. Daaruit volgt immers nog niet dat er sprake is van bedrog of willekeur, aldus de Hoge Raad op 13 maart 2015.