Tekst

Rechtsanwältin & advocaat dr. mr. Annika U. Schimansky

Goodwill vergoeding of klantenvergoeding


Als de agentschap eindigt maakt een handelsagent recht op een goodwill vergoeding of klantenvergoeding. De goodwill vergoeding ziet op het voordeel dat de klanten die de agent heeft geworven voor de principaal na beëindiging nog opleveren. Geen recht op goodwill vergoeding bestaat als de handelsagent de overeenkomst zelf beëindigt. De handelsagent mag pas vanaf de eerste dag na het einde van de agentuurovereenkomst zijn goodwill vergoeding opeisen.

Let op: de agent moet wel binnen één jaar na het einde van de agentuurovereenkomst aan de principaal meedelen dat hij een goodwill vergoeding verlangt. Anders vervalt zijn recht op goodwill vergoeding.

Nieuwe klanten

De vergoeding ziet alleen op nieuw geworven klanten. Klanten die de ondernemer al bij begin van de agentschap had blijven buiten beschouwing. Aan het einde van de agentschap kan discussie ontstaan of een klant pas na begin van de agentschap is geworven of voor die tijd al klant was. Denk eraan om bij begin van de agentschap een klantenlijst van bestaande klanten op te maken en die lijst als bijlage bij de agentuurovereenkomst te voegen.

Een bestaande klant kan trouwens wel als nieuwe klant worden beschouwd als de handelsagent de omzet met die klant in belangrijke mate heeft laten stijgen of de relatie met die klant aanmerkelijk heeft uitgebreid. Een klant die aanvankelijk af en toe kleine bestellingen deed en aan het einde van de agentschap maandelijks een bepaalde hoeveelheid afneemt of een breder assortiment afneemt dan voordien, kan met recht als nieuw geworven klant gelden, waarvoor de agent een goodwill vergoeding heeft verdiend.

Vaste klanten

De vergoeding geldt voor vaste klanten. Klanten die de ondernemer ook na vertrek van zijn agent nog aanzienlijke omzetten opleveren. Neem een klant die de agent heeft geworven maar die gedurende de agentschap slechts één bestelling heeft gedaan en vervolgens al jaren niets meer heeft besteld. Hier kan de ondernemer stellen dat het geen vaste klant betreft en met die klant in de toekomst geen omzet zal worden behaald.   

Advies: Klantenlijst bijhouden

Of het een nieuwe vaste klant betreft, dat moet de handelsagent bewijzen. Na het einde van de agentuurrelatie heeft een agent geen toegang meer tot de orderadministratie van de ondernemer en vaak ook geen contact meer met de klanten.
Daarom is het verstandig om van meet af aan een klantenlijst op te stellen over bestaande en nieuw geworven klanten. Nog belangrijker is het om regelmatig met elkaar in overleg te treden over het bijwerken van die klantenlijst. De agent kan bereiken dat een klant op zijn lijst wordt bijgeschreven en krijgt hierdoor zekerheid dat zijn inspanningen om een klant binnen te halen of de omzet met een bestaande klant te vergroten ook in de toekomst beloond worden. De ondernemer kan afspreken dat klanten van lijst geschrapt worden die al jaren niets meer hebben besteld.
Soms spreken partijen voor bestaande klanten een lagere provisie af dan voor nieuwe klanten. Hierdoor wordt de agent geprikkeld om vooral nieuwe klanten te acquireren. Achteraf kan de hoogte van de provisie een argument zijn dat een klant door beide partijen altijd als bestaande klant werd gezien of juist als nieuwe klant.

Hoeveel goodwill vergoeding krijgt een handelsagent?


Maximaal één gemiddelde jaarprovisie

Als maximum bedrag bepaalt de wet één gemiddelde jaarprovisie. Let op: dit is niet het bedrag waar de agent recht op heeft, maar alleen het maximum bedrag.

Laatste jaarprovisie met billijkheidscorrecties

Uitgangspunt is de provisie van de laatste 12 maanden van de agentuurrelatie voor de nieuw geworven vaste klanten.

Voor de berekening komt een geacutaliseerde klantenlijst met alle nieuwe vaste klanten van pas. De provisie ziet op alle variabele beloningen zonder aftrek van variabele kosten.

De goodwill vergoeding moet volgens de wet billijk zijn. Op het basisbedrag van de laatste jaarprovisie worden daarom correcties aangehouden. Daarvoor spelen een aantal factoren een rol. Zo wordt gekeken hoe lang de ondernemer in de toekomst nog voordeel zal behalen met een klant of klantenbestand en hoe snel een geworven klantenbestand in een marktsegment verloopt. Als aftrekpost weegt mee dat de agent de goodwill vergoeding als eenmalig bedrag ontvangt en niet (als provisie) pas nadat de ondernemer zijn voordeel met die goodwill heeft behaald. 

Ook wordt bezien of de agent überhaupt provisie derft door beëindiging van de agentuurovereenkomst. Een handelsagent die “zijn” klantenkring meeneemt naar een nieuwe agentuurrelatie voor een concurrent bedrijf blijft met die klanten provisie verdienen. Ook al handelt hij niet in strijd met een non-concurrentie beding. Zijn klantenvergoeding wordt wel naar beneden bijgesteld. 

Alle omstandigheden van het geval worden door de rechter bij zijn billijkheidsbeoordeling meegewogen, zoals de duur van de agentuurovereenkomst, reden van opzegging, hoogte van de provisie, bespaarde onkosten, concurrentiebeding, omzetontwikkelingen bij de principaal. De omstandigheden kunnen tot een aanpassing van de vergoeding naar boven of naar beneden leiden. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om de goodwill vergoeding eenvoudig te berekenen of met enige zekerheid te voorspellen. Vaststaat alleen het wettelijke maximum van een gemiddelde jaarprovisie.

Afspraken over goodwill vergoeding

Niet zelden willen ondernemers aan een goodwill vergoeding ontkomen door in de agentuurovereenkomst regelingen te treffen. Het recht van de agent op goodwill vergoeding is dwingend recht. Vóór het einde van de agentuurovereenkomst kan de handelsagent hiervan geen afstand doen. Afspraken in het nadeel van de agent zijn in strijd met dwingend recht.
Pas na beëindiging van de agentuurovereenkomst kunnen partijen afspraken over de goodwill vergoeding maken.

Mr. A.U. Schimansky verstrekt advies over de wettelijke goodwill vergoeding of klantenvergoeding, zowel naar Duits recht als naar Nederlands recht.